Mediadarling Obama

Een aantal weken geleden schreef ik over het belang van celebrity endorsement bij de Amerikaanse Verkiezingen.Een nog effectievere vorm van beïnvloeding is endorsement door de media. Als we televisie kijken of de krant lezen, verwachten we een bepaalde vorm van journalistieke objectiviteit. De laatste tijd is er echter veel kritiek op de manier waarop Barack Obama in de media wordt belicht. Bepaalde media zouden Obama positiever hebben belicht dan de andere kandidaten. Zijn rivaal Hillary Clinton beweerde zelfs dat ze met opzet altijd de eerste vraag krijgt in televisiedebatten.
De beschuldigingen over ‘mediadarlings’ zijn niet alleen van deze tijd. De Republikeinse President Ronald Reagan kreeg het voor elkaar om tijdens zijn campagne en presidentsschap de media naar zijn hand te zetten. Positieve berichten voerden de boventoon, terwijl kritische geluiden buiten beschouwing werden gelaten. ‘Reaganmania’ werd dit fenomeen genoemd.
Tijdens de huidige verkiezingen zorgde een backstage interview met NBC correspondent Lee Cowan voor het ‘eerste tastbare bewijs’ van de zogenaamde subjectieve media. Cowan zei zelf ook bevangen te zijn door de speeches van Obama. Hij gaf aan dat hij daarom af en toe worstelt met zijn objectiviteit. Maar bestaat echte objectiviteit rondom de verkiezingen wel? Ooit van de democraat Bill Richardson of de Republikein Duncan Hunter gehoord? Zij waren tot voor kort ook actief in de voorverkiezingen, maar kregen niet dezelfde media-aandacht als de andere kandidaten. Richardson en Hunter mochten niet meedoen aan de grote debatten en kregen geen gratis landelijke media-aandacht. Deze aandacht is cruciaal voor een succesvolle politieke campagne. Meer airtime = meer vrijwilligers, donaties en stemmen.
Negatieve media endorsement kan de positieve aandacht echter teniet doen. Het conservatieve ‘Fair&Balanced’ nieuwsstation FoxNews besteedde hele uitzendingen met een negatieve kwinkslag aan Obama. Hij zou een sigarettenroker zijn en als kind les gehad hebben op een Islamitische Madrassa. Ook Obama’s tweede naam ‘Hussein’ wordt waar mogelijk genoemd. Ondertussen worden de Republikeinse kandidaten positief belicht op de zender.
Er zijn voor media zowel negatieve als positieve methodes om een bepaalde kandidaat uit te lichten. Het is moeilijk de vinger te leggen op wat objectief is en wat niet. Sommige Amerikaanse media zijn al vooringenomen door de politieke voorkeur van haar CEO en/of geldschieters. Anderen zijn weer meer vatbaar door de manier waarop ze toegang hebben tot een kandidaat. Het kiezen van een zorgvuldige PR-strategie heeft in ieder geval meer effect dan het zeuren over aandacht zoals Hillary Clinton dat doet.