Om in Amerika in een politieke functie terecht te komen heb je geld nodig. Veel geld. Voor TV-spotjes, de campagnebus, banners, conventies, duurbetaalde managers, etc. Maar hoe kom je aan het geld? De meeste Republikeinse ideeën passen beter bij de wensen van ‘Corporate America’. Lobbyisten van bijvoorbeeld wapenfabrikanten pompen miljoenen in politieke campagnes. Mede hierdoor hebben Republikeinse kandidaten jarenlang veel meer geld ingezameld dan hun Democratische tegenstanders. Maar met de opkomst van het medium internet worden de belangen van de lobbyindustrie steeds minder bepalend voor de verkiezing van de President. Internetdemocratie ten voeten uit.
Fundraising oude style is simpel. Het campagneteam organiseert een ‘fundraising dinner’ met de kandidaat als gastheer. Om aan de tafel te kunnen zitten met -misschien wel- de toekomstige president moet je $1.000 tot $2.300 neerleggen. Veruit de meeste ‘gasten’ zijn advocaten, lobbyisten en vakbondsleiders met een bepaalde missie. Wanneer de kandidaat daadwerkelijk tot President gekozen wordt, zal hij zijn ‘vrienden’ niet vergeten.Toen was er internet. In mijn eerste artikel op Adfoblog refereerde ik al aan de Democratische kandidaat Howard Dean. De huidige voorzitter van de Democratische Partij (DNC) had als eerste goed door hoe je op een effectieve manier geld verzamelt. Als bijna kansloze kandidaat ging hij de verkiezingen in, 8 maanden later had hij ruim 51 miljoen in z’n oorlogskas zitten. Hoe? Door principieel geld van lobbyisten te weigeren en Ode burger’ om kleine donaties te vragen. Dit werkte. Veruit de meeste donaties waren ‘slechts’ $100.
Via een banner met een baseball bat werd op Dean’s website aangegeven wat de tussenstand was en hoeveel er nog nodig was voor b.v. het uitzenden van een TV-spotje. Deze banner zorgde als een vliegwiel voor nog meer donaties. De ‘$100 revolutie’ zorgde ervoor dat de politiek weer dichter bij de mensen kwam.
De trend van de kleine donaties zet zich ook deze verkiezingen weer door. Zowel Democratische als Republikeinse kandidaten strijden om de kleine donaties. Door middel van het medium internet zijn meer mensen betrokken bij de politiek en is het makkelijker om te doneren. Hierdoor zal de directe en indirecte invloed van de burger op de Amerikaanse politiek een stuk groter worden. Democratie anno 2008, mede mogelijk gemaakt door internetcampagnes.
Een aantal weken geleden schreef ik over het belang van celebrity endorsement bij de Amerikaanse Verkiezingen.Een nog effectievere vorm van beïnvloeding is endorsement door de media. Als we televisie kijken of de krant lezen, verwachten we een bepaalde vorm van journalistieke objectiviteit. De laatste tijd is er echter veel kritiek op de manier waarop Barack Obama in de media wordt belicht. Bepaalde media zouden Obama positiever hebben belicht dan de andere kandidaten. Zijn rivaal Hillary Clinton beweerde zelfs dat ze met opzet altijd de eerste vraag krijgt in televisiedebatten.
De beschuldigingen over ‘mediadarlings’ zijn niet alleen van deze tijd. De Republikeinse President Ronald Reagan kreeg het voor elkaar om tijdens zijn campagne en presidentsschap de media naar zijn hand te zetten. Positieve berichten voerden de boventoon, terwijl kritische geluiden buiten beschouwing werden gelaten. ‘Reaganmania’ werd dit fenomeen genoemd.
Tijdens de huidige verkiezingen zorgde een backstage interview met NBC correspondent Lee Cowan voor het ‘eerste tastbare bewijs’ van de zogenaamde subjectieve media. Cowan zei zelf ook bevangen te zijn door de speeches van Obama. Hij gaf aan dat hij daarom af en toe worstelt met zijn objectiviteit. Maar bestaat echte objectiviteit rondom de verkiezingen wel? Ooit van de democraat Bill Richardson of de Republikein Duncan Hunter gehoord? Zij waren tot voor kort ook actief in de voorverkiezingen, maar kregen niet dezelfde media-aandacht als de andere kandidaten. Richardson en Hunter mochten niet meedoen aan de grote debatten en kregen geen gratis landelijke media-aandacht. Deze aandacht is cruciaal voor een succesvolle politieke campagne. Meer airtime = meer vrijwilligers, donaties en stemmen.
Negatieve media endorsement kan de positieve aandacht echter teniet doen. Het conservatieve ‘Fair&Balanced’ nieuwsstation FoxNews besteedde hele uitzendingen met een negatieve kwinkslag aan Obama. Hij zou een sigarettenroker zijn en als kind les gehad hebben op een Islamitische Madrassa. Ook Obama’s tweede naam ‘Hussein’ wordt waar mogelijk genoemd. Ondertussen worden de Republikeinse kandidaten positief belicht op de zender.
Er zijn voor media zowel negatieve als positieve methodes om een bepaalde kandidaat uit te lichten. Het is moeilijk de vinger te leggen op wat objectief is en wat niet. Sommige Amerikaanse media zijn al vooringenomen door de politieke voorkeur van haar CEO en/of geldschieters. Anderen zijn weer meer vatbaar door de manier waarop ze toegang hebben tot een kandidaat. Het kiezen van een zorgvuldige PR-strategie heeft in ieder geval meer effect dan het zeuren over aandacht zoals Hillary Clinton dat doet.
Zowel het Republikeinse als het Democratische kamp heeft zich in het verleden schuldig gemaakt aan ‘dirt campaigns’; campagnes die in het teken staan van het zwart maken van de tegenstander. Zo gebruikte de Democratische Presidentskandidaat Lyndon Johnson in 1950 een spotje genaamd ‘Daisy’ waarin een klein meisje met een bloem speelt totdat er een atoombom afgaat. Het filmpje werd vanwege een stormlading aan kritiek slechts één keer uitgezonden. Nieuwsprogramma’s voerden discussies over het filmpje en de herhaalfactor deed de rest. De Democraat Johnson won de verkiezingen.
Het politieke ‘moddergooien’ wordt vaak in verband gebracht met Karl Rove, de adviseur en politiek strateeg van President Bush jr tijdens de campagnes van 2000 en 2004. Acht jaar geleden -nog voordat Bush de Republikeinse primaries had gewonnen- werd er een zwaarbevochten strijd geleverd in de staat South Carolina. Republikeinse stemgerechtigden kregen telefoontjes dat de geadopteerde dochter van McCain eigenlijk een zwart bastaardkind was. Sommige anonieme bellers spraken zelfs over een ‘nigger baby’. McCain verloor, Bush won. The rest is history…
Spindoctor Rove zat ook achter de Swift Boat Veterans for Truth, de organisatie die de Democratische kandidaat van 2004 John Kerry snoeihard onderuit haalde. John Kerry ging er prat op dat hij een veteraan was. De onafhankelijke politieke organisatie Swift Boat Veterans for Truth echter niet. In verscheidene spotjes zette de organisatie John Kerry in een kwaad daglicht. De Bush slogan ‘4 more years’ werd waarheid.
Op dit moment waait er een meer positieve wind door Amerika. In plaats van laster en smaad is het vooral het track record (stemverleden/geschiedenis) van de kandidaat wat onder vuur ligt. Zo viel Huckabee zijn tegenstander Romney onder andere aan op het gebied van abortus. Romney pareerde Huckabee’s aanval met een aantal feiten over zijn trackrecord op het gebied van crime.
In het Democratische kamp heeft Obama met het aantal kiesmannen Clinton inmiddels ingehaald. Met 10 overwinningen op rij moet Hillary van zich afbijten. Dit deed ze in de aanval tegen Obama’s track record, waarop Obama reageerde door te zeggen dat ‘Clinton meer geld van lobbyisten heeft aangenomen dan enige andere Republikeinse kandidaat’.
De campagnemanagers hebben inmiddels begrepen dat het verspreiden van leugens heden ten dage een stuk lastiger is dan vroeger. Het medium internet heeft inmiddels een fors aandeel genomen in de nieuwsvoorziening en vormt nu bij uitstek het platform waar zowel voor- als tegenstanders hun mening uiten. Met bronvermelding als overtuigingskracht.
De uiteindelijke presidentsstrijd moet nog aantonen dat deze verkiezingen de geschiedenis in kunnen gaan als een beschaafde strijd. Wellicht dat er nog veel ‘dirt’ bovenkomt wanneer de twee partijen tegenover elkaar staan. Wat denken jullie?
Het uitspreken van politieke voorkeur door ‘prominenten’ is een van de weinige taboes in dit land. Het zijn vooral de linkse partijen met BN-ers als Bob Fosko, Georgina Verbaan en Eddy Terstall welke echt werk maken van zogenaamde ‘endorsements’. Wellicht dat ons pluriforme partijenstelsel er voor zorgt dat het krachtig uitspreken van een politieke voorkeur ‘not done’ is. In Amerika is deze keuze in wezen iets makkelijker. Democraat of Republikein.
De meest bizarre endorsement van de voorverkiezingen is die van de 67-jarige acteur Chuck Norris voor de ‘pro-life’ Republikein Mike Huckabee. Chuck is vooral bekend van de serie ‘Walker Texas Ranger’ en speelde daarnaast in talloze gevechtsfilms met namen als Slaughter in San Fransisco en Hellbound. In een hilarisch filmpje voor de campagne wisselt Chuck humor af met een serieuze politieke boodschap. Wellicht dat deze endorsement wat zegt over de doelgroep die de ultra-conservatieve Republikein wil bereiken.
Hillary Clinton’s grootste endorser is natuurlijk de nog altijd populaire ex-president Bill Clinton. Maar haar ‘campaign trail’ wordt ook gevolgd door de oud minister van buitenlandse zaken Madeline Albright en de zangeres Barbara Streisand. Grote namen als Madonna, Steven Spielberg en Jack Nicholson staan ook achter Hillary. Ze is waarschijnlijk wat minder blij met de endorsements van Jenna Jameson en Jerry Springer.
Barack Obama heeft de TV-host Oprah Winfrey achter zich staan. Oprah’s macht is bekend; wanneer zij een boek ‘endorsed’ verkoopt het binnen een dag één miljoen exemplaren. Ze laat Obama prominent naar voren komen in haar shows, magazine en ze staat voor hem op de bühne bij campagnerallies.
De Kennedy’s zijn ondanks de dood van JFK nog altijd erg invloedrijk in de politiek. De zegen van Senator Ted Kennedy -de jongste broer van ‘JFK’- was daarom ook een grote steun voor Barack. Het kan nog een stapje verder. Zanger Will.i.am van de Black Eyed Peas maakte samen met o.a. John Legend en Scarlett Johansson zelfs een song voor Obama. Het aanstekelijke ‘Yes we can’ is binnen een week al meer dan 3,2 miljoen keer bekeken.
Ondanks al deze endorsements, is de voorheen onbekende ‘Obama girl’ de populairste endorser, de sexy dame kreeg maar liefst 6 miljoen kijkers voor een van haar filmpjes. Ook al bleek later dat haar endorsement niet helemaal oprecht was…
Celebrity Endorsement is een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse Verkiezingen. Ondanks de grote namen op Hillary’s lijstje lijkt Obama’s kamp de meeste actieve ‘endorsers’ in huis te hebben. Gaan wij stemmen op de partij van Bob Fosko? Wachten we totdat Sacha De Boer, Jeroen Pauw en Peter R. De Vries een politieke voorkeur gaan uitspreken? Of is effectief celebrity endorsement ‘only in America’?

Vier jaar geleden speelden sociale netwerken nog geen enkele rol in de toenmalige presidentsverkiezingen. Facebook was alleen nog maar toegankelijk voor Harvard studenten en MySpace was pas in dat jaar begonnen. Sociaal (video) netwerk Youtube bestond nog niet eens. Dit veranderde twee jaar later; tegelijk met de opkomst van de sociale netwerken werden deze ook ingezet tijdens de congres/gouverneursverkiezingen van 2006. In navolging van deze verkiezingen gingen ook tijdens de Gemeenteraadsverkiezingen Nederlandse politici en masse op Hyves. Vandaag de dag is het online sociaal leven een belangrijk onderdeel geworden van politieke campagnes.
John McCain, die momenteel aan de leiding gaat bij de Republikeinen, pakt zijn aanwezigheid op de sociale netwerken grondig aan. Zo heeft hij profielen op Myspace, Facebook en Youtube. Wat opvalt is dat McCain vooral de netwerken gebruikt om eenzijdig te communiceren. Weliswaar kunnen supporters ‘vriendje’ worden van John, maar persoonlijke blogs, persoonlijke reacties of andere vormen van userparticipatie ontbreken.
Mitt Romney geeft het goede voorbeeld. Zijn Facebook profiel laat de ‘echte’ persoon achter de politicus zien. De blogs op zijn MySpace zijn erg persoonlijk; ze worden namelijk geschreven door z’n zoons. Ook gaat Mitt in z’n videoboodschap op Myspace verder dan alleen bijdragen vragen. Hij roept zijn achterban ook op meningen en inbreng met hem te delen.
Bij Barack Obama kan je naast ‘the usual’ ook lid worden van Obama’s netwerk op Linkedin. Echt opvallend is een ‘regio targeted’ banner van Eventful die vraagt of ik wil dat Obama Amsterdam komt bezoeken. Met deze service kun je met een groep mensen van een kandidaat eisen dat diegene voor een ‘rally’ naar een bepaalde locatie toekomt.
Hillary Clinton heeft naast een mooi fotoalbum op Flickr ook een treffende banner met de tekst: “I am not only voting for Hillary, she’s my friend!’. De bedoeling is dat mensen deze banner op hun MySpace zetten om te zorgen voor nog meer ‘vriendjes’.
Social networking wordt in deze verkiezingen door alle kandidaten breed ingezet, maar kan nog op verschillende fronten verbeterd worden. De stap van ‘puur promotieplatform’ naar ‘echte interactie met de gebruiker’ scheelt een hoop in geloofwaardigheid.
Op de sociale netwerken zelf ontstaan ook initiatieven om de kandidaten te steunen. Zo is er groep ‘Barack Obama’ (one million strong for Barack) op Facebook met 439,544 leden. In deze groep zijn er pittige discussies tussen Obama supporters en Republikeinen maar ook met Hillary aanhangers. Qua discussieplatform toont vooral Facebook de ware kracht van gebruikersparticipatie. Geen huis-aan-huis gesprekken meer aan de deur, maar online overtuigd worden van de juiste kandidaat.
De keuze voor de Amerikaanse President is niet alleen belangrijk in de States en de omringende landen. De nieuwe President gaat de komende 4 jaar een belangrijke rol spelen op het wereldtoneel. Wel of geen oorlog in Iran? Economische voorspoed of recessie? Guantánamo Bay sluiten of open houden? Allemaal dilemma’s waar het nieuw gekozen staatshoofd voor zal staan. Ondanks dat het nog iets minder dan 11 maanden duurt voor de daadwerkelijke beslissing, beheersen de (voor)verkiezingen in individuele staten het wereldnieuws. Ook in Nederland.
Het NOS journaal en RTL nieuws doen meer dan alleen de bekende correspondenten in de uitzendingen. Zo heeft ‘RTL’s’ Erik Mouthaan een weblog. NOS heeft een hele uitgebreide special met podcasts, een Google Map met alle locaties van de primaries en zelfs een heus Amerikaans kiezerspanel. De bekende nieuwssite Nu.nl heeft een speciaal verkiezingsoverzicht. Nu.nl gaat verder dan het ANP nieuws wat we van de portal gewend zijn. Onder andere Chris Heijmans gaat dieper in op de materie.
Online community Fok.nl gaat nog een stuk verder en geeft haar lezers uitgebreid uitleg over de verkiezingssystemen, achtergrond en historie van kandidaten en partijen. Ook is het op Fok.nl mogelijk om te discussiëren over welke kandidaat de kar moet gaan trekken. De website van het Algemeen Dagblad heeft ook een online special. Een van de leuke dingen om te lezen waren de weblogs van Peter Grandia, (fotoredacteur van het AD) die als vrijwilliger in Nevada (verkiezing afgelopen zaterdag) voor de Hillary campagne actief was.
Kirsten Verdel is sinds kort zelfs in dienst van het partijbureau van de Democraten. Kirsten’s blog is ook te lezen op de website van de Volkskrant. Amerika correspondent Phillipe Remarque laat daar ook bijna dagelijks van zich horen.
De Amerikaanse verkiezingen lijken in Nederland bijna nog meer aandacht te krijgen dan provinciale of Europese verkiezingen. Wellicht komt het door het Nederlandse mentaliteit om overal een mening over hebben? Of dat wij ons denken te realiseren dat de echte macht niet in Den Haag, Leeuwarden of Brussel zit maar in Washington? Of omdat we nu eenmaal graag naar Amerika kijken? Wie het weet, mag het zeggen!
De meest opzienbarende Democratische kandidaat van de primaries van 2004 was niet de uiteindelijke presidentskandidaat John Kerry, maar Howard Dean. De ex-senator van het kleine staatje Vermont had geen campagnegeld, grote achterban of spindoctors. Totdat internet en politiek veteraan Joe Trippi zijn campagne ging leiden. Door middel van het medium internet werd Dean’s campagne in no-time een groot succes. Geld werd opgehaald, supporters maakten online afspraken om elkaar thuis te treffen en vrijwilligers melden zich aan. Uiteindelijk werd Dean’s nominatie ‘verpest’ door een televisietoespraak waarin hij boos en schreeuwerig zou overkomen. Joe Trippi schreef over deze campagne het boek ’The revolution should not be televised‘. In dit boek beschrijft hij de opkomst en de teloorgang van Dean. Zowel Bush als Kerry gebruikten in de uiteindelijke strijd om het presidentschap elementen uit deze online campagne, welke vandaag de dag tot een standaard zijn verheven.
Voor de aankomende verkiezingen op 4 november heeft Joe Trippi het kamp gekozen van de ex-senator uit North Carolina; John Edwards. Tijdens de eerste primaries in de Noordelijke staten Iowa en New Hampshire leek de democratische nominatie vooral om Barack Obama en Hillary Clinton te gaan. Edwards kan vanwege zijn zuidelijke roots nog voor een verrassing zorgen als de zuidelijke staten aan bod komen. Wellicht dat Trippi’s trukendoos daar nog een bijdrage aan kan leveren.De strijd bij de Republikeinen gaat vooral om de vraag welke kandidaat zowel de gematigde republikeinen als de ultra-conservatieven aan zich weet te binden. Wapenbezit, illegale immigratie, abortus en homo-huwelijk zijn hierin belangrijke thema’s. Alle kandidaten maken volop gebruik van het internet, voor o.a. fundraising, vrijwilligers en het communiceren van de campagneboodschappen. Mike Huckabee won in Iowa, terwijl veteraan John McCain in New Hamsphire de meeste stemmen kreeg. De multi-miljonair Mitt Romney won alleen in de kleine staat Wyoming. Hij deed het in de andere staten goed als runner-up en staat nu eerste bij de Republikeinen. De strijd is dus voor beide kampen nog onbeslist. Het belooft nog een spannende strijd te gaan worden.
Volgende hoogtepunt is Super Tuesday op dinsdag 5 februari waarop in meer dan twintig staten tegelijkertijd voorverkiezingen worden gehouden. Verwacht weer veel online en offline campagnegeweld de volgende weken. I’ll keep you posted.