Jaren ’50
Ook al heb ik de jaren ’50 lijfelijk niet meegemaakt, zie ik parallelen met wat zich momenteel in Kenia afspeelt. Onder het bewind van the New Rainbow Coalition is een massale opbouw op gang gekomen. Wegen worden aangelegd, primair onderwijs is inmiddels gratis, en meer mensen krijgen het langzamerhand ietsje beter.
Bij het huis van Carminus bestaat het toilet uit een gat in de grond. “The shower” is een teiltje met warm water. Wasmachines? Nog nooit van gehoord, wassen gebeurd met de hand. Stromend water is ook niet voorhanden, water wordt uit een waterput (voor Keniaanse begrippen erg luxe) gehaald. Deuren zijn kapot, geen licht in de keuken en geen koelkast. En dit is een van de rijkste families van de stad! Ondanks het feit dat de meeste mensen moeite hebben om het eten bij elkaar te krijgen is er vriendelijkheid alom. Het elkaar groeten op de straat is erg hartelijk, met veel handgebaren. Het uitwisselen van contactgegevens en het uitnodigen voor de maaltijd is doodgewoon.
Een andere parallel met de jaren’ 50 is de invloed van religie op de samenleving. Toen we op bezoek waren bij een fair trade exporteur kreeg een student theologie uit onze groep massaal applaus. 80% van de Kenianen is Christelijk, de rest is moslim, hindoe of gelooft in natuurgoden. De Christenen zijn verdeeld over verschillende gemeenschappen, de katholieke en de 7th day Advent church zijn het grootst. Alle Keniaanse deelnemers aan het Fair Trade project zijn Christen. Bijna alle ziekenhuizen en scholen worden gerund door Christelijke organistie’s. Ook ikzelf heb een dienst en bijbelstudie mogen meemaken van de 7th day adventist church. Interessant om te horen wat de verschillen zijn tussen deze kerk en de katholieke kerk. De manier waarop het geloof wordt beleid neemt veel tijd in beslag. Een kerkdienst duurt maar liefst 4,5 uur!
In een gesprek met Daniel Apepo (de vader van Carminus) over geloof kwamen wij samen tot de conclusie dat welvaart en hoop ook iets zeggen over de verschillen tussen Nederland en Kenia. Het hopen op een beter leven kan ontleend worden aan het geloof. Daarnaast is Afrika een hele sociale gemeenschap. Iedereen kent elkaar, iedereen groet elkaar. Daarom is de kerk een belangrijke vorm van vereningsleven, elkaar ontmoeten, samen geloven.
Daniel Apepo denkt dat in de komende tientallen jaren alles verbeterd zal worden. Met hulp van het Westen en inzet van de mensen hoopt hij dat de mensen die onder armoedegrens leven (60% van de Kenianen) over tien jaar onder de 40% ligt.
Pas sinds 2002 is er leerplicht ingevoerd en is het primaire onderwijs gratis geworden. Er zijn echter nog altijd kinderen die het ‘verplichte’ uniform van 450 Kshilling (5 euro) niet kunnen betalen. Op de school waar Carminus lesgeeft heeft 10% geen uniform. Zij moeten een verklaring ondertekenen dat zij dit binnen het schooljaar aanschaffen, anders worden ze van school gestuurd. Het schooltje en de kinderen maakte emoties in mij los. Iedereen had grote dromen, de een wilde minister worden, de ander een dokter of piloot. Het uitkomen van die dromen lag echter niet in hun eigen handen. Secondary school (middelbare school) kost hier 250 euro per jaar, universiteit kost alleen aan lesgeld 2500 euro per jaar. Bedragen die alleen voor de rijke Kenianen zijn weggelegd. Toch hoor ik dat de regering zijn best doet om het onderwijs zoveel mogelijk te stimuleren.
Er gebeurt dus veel in dit mooie land. De grootste lessen die ik misschien wel uit mijn ervaringen tot zover heb kunnen trekken is dat ondanks de verschillen, de XploringFairyTales groep heel gemoedelijk met elkaar omgaat. Dit geldt ook voor buiten op straat, ik heb mij nog geen een keer onveilig gevoeld. Daarnaast is een heel groot deel van de bevolking tevreden is met wat ze hebben ook al is dat erg weinig.