Daniel Apepo, de vader van mijn maatje heeft veel contacten. Zo is hij een persoonlijkevriend van de Minister van Economische Zaken; Henry Obwocha. Hij stelde voor om een afspraak te regelen met de Minister zodat we over politiek en Fair Trade konden praten. In het dagelijks leven werk ik op het partijbureau van de PvdA en samen met politicus Govert (CDA gemeenteraadslid) gingen we gisteren op bezoek bij de Minister.
De Minister zetelt in ‘The Treasury’ een gebouw waar het ministerie van financien, handel en economische zaken gevestigd zijn. Deze ministeries hebben direct te maken met b.v. NGO’s, Buitenlandse hulp en Fair Trade organisatie’s.
Helaas ging de afspraak niet helemaal als gepland. We zouden de Minister een half uur kunnen spreken om 15:30. De receptioniste beweerde echter dat hij nog in het parlement zat. Na een aantal maal bellen kregen we hem eindelijk te pakken. Hij bleek gewoon boven in het kantoor te zitten (het was inmiddels 16:00).
In een fantastische werkkamer werden we met enige reserveratie ontvangen. Toen Daniel Apepo duidelijk maakte dat de fout niet bij ons lag, maar bij de receptioniste verscheen er een glimlach op het gezicht van de minister. De Japanse handelsdelegatie moest nog maar even wachten..
Nadat we ons voorgesteld hadden vertelde de minister wat over zijn partij ‘For the People’. Een Sociaal liberale partij met 15 zetels in het 210 zetels tellende parlement. Na de val van het vorige kabinet in 2005 werd de For the People partij deel van het huidige kabinet.
Bij de vraag of ‘Trade’ (handel) or ‘Aid’ (hulp) de oplossing was om armoede in Kenia te bestrijden antwoordde hij dat het een mix moest zijn van beide. “Toch is trade de belangrijkste factor om armoede te bestrijden. Op dit moment zoekt Kenia naar mogelijkheden om z’n natuurlijke bronnen te gebruiken om te investeren in de economie. Zo is er momenteel olieonderzoek gaande bij de kust en in het noorden bij de kust van Soedan (een land waar in ieder geval olie is).”
Wat Govert en ik in ons verblijf tot dusver hebben ondervonden is dat er veel dromen en motivatie zijn bij iedereen om wat van Kenia te maken. Toch is het erg moeilijk om een succesvolle zaak op te zetten of te studeren. De Minister bleek vorige week nog een nieuwe wet voor microkrediet door het parlement te hebben geloodst. Met deze wet komen er fondsen vrij voor ondernemers om een kleine lening aan te gaan. Hopelijk zal dit tot meer ondernemerschap en uiteindelijk werkgelegenheid leiden.
Ook het democratiseringsproces kwam aan de orde. Van verschillende mensen heb ik begrepen dat er op grote schaal betaalt werd aan mensen om op een bepaalde partij te stemmen. Daarnaast werden tot bij de vorige verkiezingen de stemmen centraal geteld en niet op de kieslokatie zelf. Dit wil de Minister gaan veranderen. Bij de volgende verkiezingen worden de stemmen lokaal geteld en daarna nog een keer centraal zodat er niet mee kan worden gesjoemeld. Verder betoogde hij meer te willen doen aan civic education om de bevolking uit te leggen dat het beter is om op een goede kandidaat te stemmen dan geld. Het land en zijzelf zijn daarbij uiteindelijk beter af.
Na nog een aantal politieke kwesties te hebben besproken wisselde we kaartjes uit en maakte een aantal foto’s. Een zeer interessante ervaring om zo’n belangrijke Minister te mogen bezoeken. Sinds vandaag hebben we de Keniaanse economie van micro (zeepsteen bewerkers) tot marconiveau (Minister) kunnen verkennen!
Op het partijbureau jaag ik wel eens een vrouwelijke collega op de kast als ik zeg dat de ‘Nederlandse vrouw’ inmiddels gelijk is aan de man. Misschien is het mijn naieve ‘Amsterdamse’ blik op de Nederland. Of verwar ik mijn eigen gevoel met de norm. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen.
In Kenia word ik soms agressief van de dubbele moraal. 80% van de Keniaanse bevolking is christelijk, maar polygamie van mannen is geaccepteerd. Een man in het café vraagt of ik wil slapen met z’n zusje, en een supermarkteigenaar vroeg nieuwsgierig of ik al ‘een jonge Keniaanse vriendin’ had. Vincent, een Keniaanse deelnemer vertelt vol trots dat hij met vier vrouwen gaat trouwen. Carminus, mijn exchange maatje, zegt dat er ook vrouwen zijn die jong trouwen zodat ze naar de middelbare school of naar de universiteit kunnen. Masai meisjes worden zelfs al op hun tiende uitgehuwelijkt.
De moeder des huizes bij Carminus is een typische huisvrouw uit de jaren ’50, die naast het complete huishouden en moeder voor de kinderen ook nog een baan als lerares heeft. De mannen eten alleen aan de tafel, zij en haar dochters eten in een donkere keuken.
Voor homoseksuelen is het letterlijk een ‘crime’ om samen te zijn. Homoseksualiteit is strafbaar gesteld bij wet. Het homohuwelijk wordt zelfs door de meest ontwikkelde Kenianen als een hele grote zonde beschouwd. Waar de Kenianen het heftigst op reageren is de legalisatie van softdrugs. Als je hier een jointje rookt ga je voor 7 jaar
achter slot en grendel..
Machakos
In Machakos waar ik nu verblijf is de armoede duidelijk zichtbaar in het straatbeeld en dit blijkt eigenlijk uit alles. Een open riool en voor het volk maar 2 dagen per week water. Een grote bloemenkwekerij heeft het water namelijk nodig en daardoor zitten de inwoners zonder. Daarnaast zie je dat iedereen bezig om rond te komen, b.v. door in een tuk-tuk (een brommer taxi) rond te rijden, of een telefoonlijn aan te bieden. Er zijn ontzettend veel banen gecreeerd In de supermarket zijn tientallen mensen aan het werk. Toch is maar liefst 40% werkloos.
Het milieu komt hier op de laatste plaats, er wordt nog gekookt op houtskool en de auto’s van 30 jaar oud verspreiden grote rookwolken. Een effectief afval ophaalsysteem is er ook niet. Plastic en afval ligt in de berm of wordt verbrand.
Toch heeft Machakos ook mooie kanten, gebouwen worden gebruikt als reclamezuilen met mooie kleuren.
Keniaanse Buddy
Eindelijk hebben we de Keniaanse groep ontmoet. Iedere deelnemer heeft zijn eigen ‘maatje’. Mijn maatje heet Carmins Apepo (26 jaar) en hij komt uit Kisii, een district waar de bekende zeepstenen mijnen liggen. Apepo is een man van weinig woorden en z’n Engels is ook niet echt vloeiend. Toch kijk ik uit naar het vertrek van morgen naar Kisii. Ik zal onder andere zaterdag naar een kerkdienst gaan van de 7th advent day die maar liefst 4,5 uur zal duren met preken in het Kisii, maar ook muziek en dans!
Speeddating
Naast ‘Apepo’ heb ik ook de andere Keniaanse deelnemer ontmoet via een zogenaamde “Speeddate”. Met deze activiteit krijg je elke deelnemer 3 minuten te spreken. Bij twee Keniaanse meiden (Joyce, Naomi) ging de knop “play” toen ik voor ze zat. Ze vertelde allebei over hun familie, hoe ze woonde en vooral dat ze “not married” waren. De eerste vraag die ze aan mij stelde was “Ben jij getrouwd?”. Toen ik nee knikte, vroegen ze direct of ik van Afrikaanse vrouwen hield. Ik gaf aan dat ik een vriendin gaf, maar allebei werd het gesprek afgesloten met een flirterige blik.
Ik vind het erg jammer dat deze meiden in onze groep zitten, aangezien ik had gehoopt dat ook alle Keniaanse deelnemers mee zouden doen vanwege hun ideologie. De andere deelnemers zijn wel allemaal geweldig en doen actief mee. Joyce vertelde ook een andere deelnemer dat ze in Nederland wilde blijven als de Kenianen in Nederland zijn tijdens de uitwisseling. Tijdens een presentatie over Nederland heb ik goed duidelijk gemaakt dat het absoluut geen zin heeft om hier illegaal naar toe te komen. Deze boodschap kwam over. Toch voel ik mij enigzins gereseveerd jegens de twee dames. Elke blik die ik ze geef wordt beantwoord met een bepaalde blik terug.
Natuurlijk zijn hun situatie en opstelling begrijpelijk, zeker omdat dit de ‘armste’ deelnemers zijn. Het is toch erg vreemd om dit zo van dichtbij mee te maken. Ondanks dit ‘incidentje’ in de groep is het erg gezellig met elkaar.
Ook al heb ik de jaren ’50 lijfelijk niet meegemaakt, zie ik parallelen met wat zich momenteel in Kenia afspeelt. Onder het bewind van the New Rainbow Coalition is een massale opbouw op gang gekomen. Wegen worden aangelegd, primair onderwijs is inmiddels gratis, en meer mensen krijgen het langzamerhand ietsje beter.
Bij het huis van Carminus bestaat het toilet uit een gat in de grond. “The shower” is een teiltje met warm water. Wasmachines? Nog nooit van gehoord, wassen gebeurd met de hand. Stromend water is ook niet voorhanden, water wordt uit een waterput (voor Keniaanse begrippen erg luxe) gehaald. Deuren zijn kapot, geen licht in de keuken en geen koelkast. En dit is een van de rijkste families van de stad! Ondanks het feit dat de meeste mensen moeite hebben om het eten bij elkaar te krijgen is er vriendelijkheid alom. Het elkaar groeten op de straat is erg hartelijk, met veel handgebaren. Het uitwisselen van contactgegevens en het uitnodigen voor de maaltijd is doodgewoon.
Een andere parallel met de jaren’ 50 is de invloed van religie op de samenleving. Toen we op bezoek waren bij een fair trade exporteur kreeg een student theologie uit onze groep massaal applaus. 80% van de Kenianen is Christelijk, de rest is moslim, hindoe of gelooft in natuurgoden. De Christenen zijn verdeeld over verschillende gemeenschappen, de katholieke en de 7th day Advent church zijn het grootst. Alle Keniaanse deelnemers aan het Fair Trade project zijn Christen. Bijna alle ziekenhuizen en scholen worden gerund door Christelijke organistie’s. Ook ikzelf heb een dienst en bijbelstudie mogen meemaken van de 7th day adventist church. Interessant om te horen wat de verschillen zijn tussen deze kerk en de katholieke kerk. De manier waarop het geloof wordt beleid neemt veel tijd in beslag. Een kerkdienst duurt maar liefst 4,5 uur!
In een gesprek met Daniel Apepo (de vader van Carminus) over geloof kwamen wij samen tot de conclusie dat welvaart en hoop ook iets zeggen over de verschillen tussen Nederland en Kenia. Het hopen op een beter leven kan ontleend worden aan het geloof. Daarnaast is Afrika een hele sociale gemeenschap. Iedereen kent elkaar, iedereen groet elkaar. Daarom is de kerk een belangrijke vorm van vereningsleven, elkaar ontmoeten, samen geloven.
Daniel Apepo denkt dat in de komende tientallen jaren alles verbeterd zal worden. Met hulp van het Westen en inzet van de mensen hoopt hij dat de mensen die onder armoedegrens leven (60% van de Kenianen) over tien jaar onder de 40% ligt.
Pas sinds 2002 is er leerplicht ingevoerd en is het primaire onderwijs gratis geworden. Er zijn echter nog altijd kinderen die het ‘verplichte’ uniform van 450 Kshilling (5 euro) niet kunnen betalen. Op de school waar Carminus lesgeeft heeft 10% geen uniform. Zij moeten een verklaring ondertekenen dat zij dit binnen het schooljaar aanschaffen, anders worden ze van school gestuurd. Het schooltje en de kinderen maakte emoties in mij los. Iedereen had grote dromen, de een wilde minister worden, de ander een dokter of piloot. Het uitkomen van die dromen lag echter niet in hun eigen handen. Secondary school (middelbare school) kost hier 250 euro per jaar, universiteit kost alleen aan lesgeld 2500 euro per jaar. Bedragen die alleen voor de rijke Kenianen zijn weggelegd. Toch hoor ik dat de regering zijn best doet om het onderwijs zoveel mogelijk te stimuleren.
Er gebeurt dus veel in dit mooie land. De grootste lessen die ik misschien wel uit mijn ervaringen tot zover heb kunnen trekken is dat ondanks de verschillen, de XploringFairyTales groep heel gemoedelijk met elkaar omgaat. Dit geldt ook voor buiten op straat, ik heb mij nog geen een keer onveilig gevoeld. Daarnaast is een heel groot deel van de bevolking tevreden is met wat ze hebben ook al is dat erg weinig.
Tijdens mijn verblijf in Kenia wil ik graag meer te weten komen over de politieke situatie in Kenia. Solomon Matacke helpt mij hierbij. Hij is één van onze begeleiders in Kenia en werkzaam bij Mango, een fair trade export organisatie.
Volgens Solomon gaat het relatief goed in Kenia, zeker vergeleken met andere landen. Kinderen zijn sinds kort bijvoorbeeld verplicht om naar school te gaan. In de straten van Machakos Town zie je dus grote groepen kinderen in groene schooluniformen lopen. Deze wet heeft alleen wel tot gevolg dat er een chronisch tekort is aan klaslokalen. Sommige kinderen zitten nu met 150 kinderen in een klaslokaal.
Qua politiek is er een hoop veranderd sinds 2002 toen de Rainbow Coalition aan de macht kwam. Sinds 1963 was er namelijk slechts één partij (de KANU partij) aan de macht geweest. De Rainbow Coalition wilde zaken veranderen en is volgens Solomon goed op weg: ‘De pers is vrijer, de mensenrechten worden gerespecteerd en er wordt keihard gewerkt aan de verbetering van de gebrekkige infrastructuur.’ Dat laatste merkten we gisteren toen we naar het afgelegen Waatee afreisden, een dorpje wat alleen bereikt kan worden via een weg met veel kuilen. We kregen dus een zogenaamde ‘African Massage’.
Kenia is een democratisch land met maar liefst 42 verschillende politieke partijen. Daarvan zitten er nu 14 in de Rainbow Coalition. De 14 partijen zijn eigenlijk alleen maar bekend als de Rainbow Coalition – slechts een enkeling kent de partijen bij naam – daarom zijn alle 14 partijen zich nu aan het profileren.
Daarnaast is het de Rainbow Coalition niet gelukt een grondwetswijziging van de grond te krijgen. Driekwart van de bevolking verwierp de grondwet, omdat de president nog steeds te veel macht had. Het is een soortgelijke situatie als de Europese grondwet; de grondwet verbeterde in feite een aantal zaken voor de bevolking, maar er zaten toch nog een aantal haken en ogen aan, waardoor het niet ‘goed genoeg’ werd bevonden.
De grondwetswijziging pleitte onder andere voor meer rechten voor vrouwen en mensenrechten. Ook pleitte het voor meer macht naar de regio’s in plaats van alle macht gecentraliseerd in Nairobi. Ook volgens Solomon hebben lokale overheden weinig bevoegdheden. Toen hij bijvoorbeeld zijn paspoort moest ophalen voor z’n vertrek naar Nederland in september aanstaande, moest hij naar Nairobi toe. Dit kon niet lokaal geregeld worden.
Optimisme heerst hier dus als het gaat om politiek. Toch zijn de Kenianen net zo kritisch als de Nederlanders als het gaat om referenda. Solomon probeert mij in contact te brengen met medewerkers van een politieke partij. Ik ben erg benieuwd naar de manier waarop ze hier campagne voeren.
Groeten uit Machakos Town,
Wouter